vrijdag 5 juni 2026

Brandstofprijzen

De laatste maanden is er veel gedoe over de brandstofprijzen. Dat komt vooral omdat Poetin Oekraïne binnenviel en omdat Trump en Netanyahu Iran lastigvielen. Beide gebeurtenissen blokkeerden de aanvoer van gas en olie.

Maar wie verdient er nou aan die hoge prijzen, die wij aan de pomp moeten betalen.



Van Pompprijs naar Handelsprijs

 Er zijn verschillende partijen die direct aan de brandstof verdienen: De Oliedelver, de oliehandelaar, de kraker, de transporteur en de pomphouder en dan is er nog de overheid die belastingen heft. In veel gevallen is er één oliemaatschappij, die zowel delft, handelt, kraakt als transporteert. We noemen dat een verticaal geïntegreerd bedrijf, dat in de hele olieketen een vinger in de “olie” heeft.

 

Bij brandstof aan de pomp is het meestal zo, dat de prijs onmiddellijk stijgt of daalt bij onrust op de markt. De olieprijs is een springerig (volatiel) ding. 

 

Op 1 april betaalden we gemiddeld aan de pomp 2,35EU voor een liter Euro95. De overheid is de eerste slokop, want we betalen BTW over de Pompprijs, terwijl er in die prijs ook nog een toeslag zit (inclusief het kwartje van Kok), waarover we ook nog eens die BTW moeten afrekenen. In “formule” ziet dat er als volgt uit:

 

Pompprijs = (Handelsprijs + Toeslag) + BTW x (Handelsprijs + Toeslag).    (1)


In Nederland is het btw-tarief 21% (0,21) en die toeslag bedraagt 0,811EU.

Als we de pompprijs weten, kunnen we de Handelsprijs eenvoudig berekenen met (1):

 

                  Handelsprijs = Pompprijs/(1+BTW) – Toeslag                               (2)

 

Betaal je op 1 april 2,35 EU aan de pomp, dan is de Handelsprijs 1,13EU

                 

Aan de overheid betaal je dus de Pompprijs minus de Handelsprijs en dat is in dit geval 1,22EU. Dus als er iemand geld overhoudt aan de brandstof, dan is het wel de overheid. Nederland is een van de duurste landen ter wereld als het om benzine gaat. 

 

Voor Diesel geldt dezelfde berekening, al is de overheidstoeslag wel lager, namelijk 0,55EU/liter terwijl de pompprijs 2,49EU is. De handelsprijs ligt nu veel hoger dan bij de benzine: 1,51EU, terwijl de overheid er iets minder aan verdient: 0,98EU. Die handelsprijs schoot op 1 april door het plafond, zeg maar, omdat men verwachtte dat er tekorten zouden komen.

 

Olievatprijzen

Nu we zicht hebben op de handelsprijzen, kunnen we kijken wat de verdiensten van de handelaren zijn. In de wereldhandel gaat men altijd uit van wat een vat (Brent) ruwe olie kost. Ruwe olie is zo’n beetje het spul dat uit de grond wordt gepompt. Nu zul je tegenwoordig nog weinig vaten tegenkomen, maar het is nog steeds de eenheid waarmee we in de wereld de olieprijs in dollars berekenen. Een Brent is 159 liter en kostte op 1 april 2026 101,16$. Dus een liter ruwe olie kostte die dag 0,64$ oftewel 0,55EU. Bedenk dat deze brentprijs erg kan schommelen en gaat stijgen zodra de olietoevoer of energietoevoer dreigt te worden onderbroken. Bedenk ook, dat bij politieke onrust er op zee tankers varen met onverkochte ruwe olie en dat er in de raffinaderijen (Rotterdam) ook flinke voorraden liggen van zowel ruwe olie, benzines, als diesel. Normaal schommelt de olievatprijs tussen de 60$ en 85$, maar in 2022 toen het gas uit Rusland stopte vloog de prijs zelfs naar 135$. Iets dergelijks gebeurde begin dit jaar toen een vat olie 100$ moest kosten (zie grafiekje).



Winstmarges

Omdat we de Handelsprijs van Benzine en Diesel hadden uitgerekend, kunnen we kijken welke marge er zit tussen de Handels- en de Brentprijs.

Marge Benzine (1,13-0,55) = 0,58EU en de marge op Diesel (1,51-0,55) = 0,96EU. De kosten die je nodig hebt om de ruwe olie aan de pomp te krijgen zijn de volgende:

Transport/opslag via leidingen of tankers; raffinage (kraken) naar kerosine, benzine of diesel; de pomphouder; en tenslotte winstmarge (dat noemen ze “crack spread”). Dus niet alleen de brentprijs is schommelend, maar ook de prijs van het eindproduct en met name diesel schoot omhoog, waarmee “de crack spread” toenam. Dus extra veel winsten voor de olieboeren.



Naar het Buitenland

 Hoe zit het bij onze buren. De verschillen zitten eigenlijk alleen in de btw en de toeslagen. De internationale handelsprijzen zijn binnen Europa wel zo’n beetje hetzelfde.

In Duitsland schelen de toeslagen normaal niet zo vreselijk veel (D: 0,684EU), sterker nog, in Duitsland wordt de CO2 bijdrage apart vermeld, terwijl die in Nederland in de prijs zit (hoop ik). De grote verschilmaker is de Duitse BTW van 19%, terwijl er per 1 mei ook nog een noodverlaging van 0,14EU heeft plaatsgevonden.

 

In België, Frankrijk en Luxemburg zijn de toeslagen ook lager (B: 0,60EU; Fr: 0,68EU; L: 0,48EU), terwijl Luxemburg met maar 17% BTW de benzineprijs extra laag houdt om toeristen te trekken.

 

Het goede nieuws is, dat de hoge energieprijzen de energietransitie van olie naar zon versnellen en dat we misschien eerder de bus of de trein pakken, maar de meeste mensen nemen liever de auto: vlug, veilig maar niet voordelig. En nog iets: In de Lucht- en Scheepvaartbranche wordt nauwelijks accijns geheven op kerosine en diesel.


Bronnen:

Tekening: Joop van Eck

IEX: beleggingsplatform in Nederland; Rijksoverheid.nl over accijnzen

AI voor het opzoeken van al die toeslagen op 1 april 2026 voor Benzine en Diesel

Artikel in de Volkskrant van 7 mei 2026

 

De schrijver is een natuurkundige die met zijn Captur (1:19) 10,000km per jaar rijdt (altijd nog zo’n 500 liter).

dinsdag 3 maart 2026

Kiezen en Delen

 Het gebeurt tegenwoordig bijna ieder jaar dat we naar de stembus moeten om onze burgerplicht te vervullen. We stemmen voor de Tweede Kamer, de Provincie, de Gemeenteraad, het Waterschap, of een volksraadpleging. Zo bepalen we als landelijk collectief wie er de komende tijd ons land gaat besturen. Maar hoe komt de zetelverdeling nou precies tot stand en hoe kunnen we ervoor zorgen dat meer vrouwen in bestuursorganen komen. Over kiezen en restzetels èn hoe het zat in onze wijk.

De instantie die alle uitslagen controleert en de verkiezingen met de gemeenten organiseert is de kiesraad. In dit college zitten van huis uit hogere ambtenaren zonder politieke voorkeur. Het is dit college dat uiteindelijk het fiat geeft voor de definitieve uitslag (kijk op kiesraad.nl). 

De getallen

Bij de afgelopen verkiezingen telde Nederland 13.589.128 (A) stemgerechtigden, waarvan er 10.640.324 (B) hun stem hebben uitgebracht. Dat levert een opkomstpercentage van  B/A = 78,3%. Van die stemmers konden 28.206 het hokje niet goed ingevuld krijgen en stemden 40.128 mensen op niets (blanco). Er blijven daarmee 10.571.990 (C) uitgebrachte geldige stemmen over om 150 (D) Kamerzetels te verdelen. Om een zetel te bemachtigen moet je de kiesdeler halen en dat is 1/150-ste deel van de geldige stemmen. Deze  kiesdeler is dus gelijk aan C/D= 10.571.990 /150 = 70.480  stemmen (of 0,666667% van de stemmen). Haal je dit minimum niet, dan doe je niet meer mee (dat overkwam NSC met 0,5591 zetel en levert en 0 in “kolom 2” in tabel 1). Bedenk, dat bij onze oosterburen die drempel 5% is.


In de tabel (1) zie je de eerste zetelverdeling van de zogenaamde volle zetels. De PVV had bijna 25 zetels en de BBB bijna 4 zetels (kolom “Zetels” en “VOL”) 


Tabel 1: Uitslagen en landelijke zetelverfeling


Als je op deze manier alles bij elkaar veegt kom je bij lange na niet aan de 150 zetels. In ons geval zijn dat er 139 (Kolom “VOL”).  De vraag is nu hoe je deze 11 restzetels over de partijen gaat verdelen in een democratie waar je uitgaat van een zo evenredig mogelijke volksvertegenwoordiging, waarbij iedere stem telt.

 

Restzetels

Er zijn verschillende methodes bedacht om daar een fatsoenlijk algoritme voor te vinden, waarbij iedereen het gevoel moet hebben, dat het fair is. De eenvoudigste manier is te kijken welke partijen in volgorde het dichtst bij een nieuw zetel zitten (kijk naar het getal achter de komma van kolom “Zetels”). In dit systeem krijgt de PVV, BBB, JA21 etc er in ieder geval één bij . Maar ook de kleinere partijen (CU, SP, Forum, CDA, VOLT, DENK, D66 en SGP) doen op die manier mee, want per partij kun je op deze manier maar één zetel verdienen.

 

Een andere manier is die van Mr. Victor d’Hondt een Belg uit Gent,  die leefde van (1841-1901). Hij keek naar het zetelgemiddelde van het aantal stemmen van een partij wanneer hij er één zetel bij zou krijgen. De partij met dit grootste gemiddelde (PVV 1760966/25 = 70438) krijgt de eerste restzetel, waardoor het gemiddelde in de volgende ronde achteruit (1760966/26 = 67729) gaat. Bij de volgende restzetel herhaalt de procedure zich en krijgt de BBB die zetel (279916/4= 69979) en daarna JA21. Bedenk dat alle partijen iedere ronde weer meedoen tot de restzetels op zijn. Door dit algoritme te gebruiken krijgt de PVV er zelfs twee zetels bij en GL/PvdA krijgt er ook nog een. Kortom deze methode is gunstig voor de grotere partijen. In de laatste kolom zie je dat de SP zijn graantje 66528) meepikt.

Het uiteindelijke resultaat zien we in de laatste kolom “Eind”. In restzetels is de PVV dus de grote winnaar met twee extra zetels. Dus Geert had dus geen enkele reden tot klagen.

 

Nijmegen en Hees

Het is interessant om na te gaan hoe de kamerverdeling in Nijmegen en in onze wijk zou zijn. We gebruiken precies hetzelfde algoritme en komen uit op tabel 2. Het valt op dat in Nijmegen, Hees (met 3 stembureaus) en Zwembad-West het aantal restzetels 8 stuks bedraagt. En hier zijn Gl/PvdA en D66 de grote overwinnaars in de restzetels. Je kunt goed zien dat de grotere partijen hier de kruimels opeten. Het valt ook op dat in Nijmegen Bij1 net boven de kiesdrempel uitkomt


Tabel 2: Uitslagen en zetelverdeling van Nijmegen en Hees 

Vrouwen en Frans

Het duurde even voordat de truc tot me doordrong, maar het is mogelijk om meer vrouwen in het parlement te krijgen door op vooral op vrouwen te stemmen die NIET op een verkiesbare plaats staan. Zo is het in Nederland gelukt om vijf extra meiden in het parlement te krijgen en dat komt omdat op basis van voorkeurstemmen er maar 25% van de kiesdeler nodig is om aan een zetel te komen. En dat kan behoorlijk opschieten, want binnen een partij moet je dus 0,25*70.480 = 17.620 voorkeurstemmen zien te halen. Bij GL/PvdA zijn maar liefst vier vrouwen verkozen die op een onverkiesbare plaats stonden. Het was daarom ook de partij waar voorman Frans landelijk maar 38,5% van de stemmen binnen zijn lijst kreeg en in Nijmegen een krappe 25% (bij ons Zwembad-West 21%). Geert (94%) en Rob deden het wat dat betreft beter.

 

Gemeenteraad

In het voorjaar zijn er gemeenteraadsverkiezingen. De regels bij gemeenteraden (39 zetels in Nijmegen zijn in grote lijnen hetzelfde en ook hier kunnen we extra vrouwen in de raad krijgen door vrouwen te stemmen die NIET op een verkiesbare bare plaats staan.

 

Bronnen: Data van de kiesraad.nl en data op de site van de Gemeente Nijmegen

 

Tekening: Joop van Eck

Dick is een natuurkundige, die iedereen aanraadt te gaan stemmen. Het is niet alleen een recht, maar ook een voorrecht.